'Dit kind rekent een jaar lager.'

‘Dit kind rekent een jaar lager.’ Dit hoor ik best vaak op scholen. Een kind met rekenproblemen zit bijvoorbeeld in leerjaar 7 maar rekent mee met leerjaar 6. Het is een praktische oplossing voor je klasmanagement. Maar is het ook het beste voor de leerling? Om drie redenen denk ik van niet…

Ten eerste:  een kind is bijna nooit op elk domein precies even ver in de ontwikkeling. Veel kinderen lopen vast in getalbegrip en automatiseren. Dat speelt hun parten bij het uitrekenen van sommen in andere domeinen. Bijvoorbeeld verhoudingen. Want je kunt wel snappen wat procenten en breuken zijn, maar als je ze moet uitrekenen is het moeilijk omdat je de deeltafels niet kent en de verhoudingstabel daardoor eerder een kwelling dan een hulpmiddel is. Maar in domeinen als meten, meetkunde (routes, schaal, figuren) en verbanden (tabellen en grafieken) is een kind soms net zo ver of zelfs verder dan klasgenoten. Toch wordt een kind ook in die domeinen teruggeplaatst naar een lager leerjaar. Zonde van de capaciteiten en geen blijk van hoge verwachtingen.

Een tweede reden is dat je het besluit eigenlijk nooit op het goede moment kunt nemen. Vaak ben je al te laat en zijn er grote hiaten opgebouwd in de leerstof van de afgelopen jaren. De sommen zijn ook in het boek van leerjaar 6 te moeilijk, en de opgaven bij verbanden en meetkunde zijn te makkelijk. Frustratie alom.

Een derde reden is dat het besluit om het kind een jaar lager te laten rekenen consequenties heeft voor zijn verdere schoolloopbaan. Sommige 1F-doelen komen in enkele methodes pas in leerjaar 8 aan bod. Maar het kind werkt niet in dat boek: als het kind in groep 8 zit werkt het in het boek van leerjaar 7. Daarnaast mist het kind het aanbod van de 1S-doelen in leerjaar 8. Het kind gaat met hiaten door naar de brugklas als gevolg van een organisatorische keuze.

Hoe kun je het onderwijs dan wel afstemmen op wat deze leerling nodig heeft?

Belangrijk is om al vanaf groep 2 te signaleren, analyseren, via een diagnostisch gesprek te achterhalen wat de leerling nog net wel kan en wat niet en wat de oorzaak hiervan is (denk aan het hoofdfasenmodel en handelingsmodel), daar een aanpak bij te bedenken en die ook echt uit te voeren en te evalueren. Dit wordt duidelijk beschreven in de ‘Checklist verantwoord kiezen voor fundamenteel rekenniveau 1F’. Deze kun je gebruiken om, nadat je de cyclus een aantal maal hebt doorlopen, samen met kind, ouders, leerkracht en ib/kc een besluit te nemen over het wel of niet loslaten van 1S-doelen. De checklist is ook nuttig om voor je school in kaart te brengen waar nog kansen liggen om het rekenaanbod in school te versterken.

In de praktijk merk ik dat we wel signaleren en goede plannen maken maar dat de uitvoering en evaluatie daarvan erbij in schiet. Omdat de leerkracht haar handen vol heeft aan alle andere kinderen in de klas die extra begeleiding nodig hebben. Omdat de extra handen binnen de basisondersteuning vaak ad hoc zieke leerkrachten vervangen en daardoor net niet beschikbaar zijn op het moment dat de leerling extra instructie zou krijgen. Omdat de school niet voldoende concrete  materialen heeft om van onder uit het handelingsmodel te werken. Dat zijn oorzaken binnen het onderwijsaanbod en dat mag geen reden zijn om een kind op een te laag niveau les te geven. Alleen als je zeker weet dat het kind de juiste ondersteuning gekregen heeft, de 1S-doelen tóch te moeilijk zijn en het uitstroomperspectief van dit kind PrO of BBL/KBL is, kun je overstappen naar een eigen leerlijn.

Breng met leerroute 2 uit de Passende Perspectieven in kaart welke doelen het kind al beheerst en welke niet (zie foto). Bij domeinen waar het kind sterk is doet het mee met het aanbod aan de groep. Bij de andere domeinen gebruikt het kind waar mogelijk compensatie (sommenkaart, tafelkaart, rekenmachine) om nieuwe leerstof op te kunnen pakken. Want ook al ken je de tafels niet uit je hoofd, je kunt wel leren over oppervlakte en inhoud en je kunt ook breuken vermenigvuldigen. Het kind doet niet mee aan sommige 1S-doelen die echt te moeilijk zijn en werkt in die tijd aan het wegwerken van de opgelopen hiaten. Zo beheerst het kind eind groep 8 alle 1F-doelen én een aantal 1S-doelen.

 

Bijkomend voordeel voor je klasmanagement is dat het kind dus bij veel rekenlessen gewoon met de groep mee kan doen. 

Helen Degenhart

Driebanlaan 6

1705 AA Heerhugowaard

[email protected]

06 53 85 79 79