Als je droomt, in welke taal doe je dat dan? Als je op vakantie bent en in de winkel met je kind bespreekt wat jullie gaan kopen, in welke taal doe je dat? Als je een Engelstalig artikel leest voor je werk, en je bedenkt wat je hiermee in je klas gaat doen, in welke taal bedenk je dat dan? Grote kans dat je dat doet in je eigen thuistaal, de taal waarmee je opgegroeid bent. In mijn geval is dat het Nederlands. Ook al spreek ik best goed Engels, ik denk in het Nederlands.
Je denkt en droomt en voelt/verwoordt emoties in je thuistaal. Dat gaat automatisch, die taal zit diep van binnen en die taal is je identiteit. Als je die taal ineens niet meer zou mogen gebruiken, dan wordt eigenlijk een stuk van jouzelf ontkend, een deel van jou mag er niet zijn.
Soms kom ik een school binnen en zie ik een bord bij de ingang: ‘Op school praten we Nederlands’. Lang werd gezegd dat je nieuwkomers en meertalige kinderen (kinderen die thuis een andere taal spreken dan op school) moest onderdompelen in de Nederlandse taal. Recentere onderzoeken, bijvoorbeeld deze, laten zien dat dit niet klopt.
Het is helpend voor alle ontwikkelgebieden als meertalige kinderen hun thuistaal mogen inzetten als scaffold bij het leren, als opstapje naar het gebruik van de Nederlandse taal. Kinderen halen bijvoorbeeld voorkennis op in hun thuistaal, ze schrijven een tekst eerst in hun thuistaal en daarna in het Nederlands, ze vertalen een leestekst naar hun thuistaal en lezen de tekst daarna nog eens in het Nederlands. De thuistaal is een tussenstap, uiteindelijk zetten de kinderen hun inbreng altijd om naar het Nederlands. Bijvoorbeeld met behulp van een klasgenoot, een beeldwoordenboek of een vertaalapp.
Ouders/verzorgers kunnen in hun thuistaal het kind ondersteunen in de teksten die op school gebruikt worden. Ouders kunnen met hun kind praten over het onderwerp van een thema of een tekst of lesactiviteit. Daardoor leert het kind de begrippen in de thuistaal en heeft het al een inzicht in de betekenis van een woord. Dat maakt het makkelijker om er op school het Nederlandse woord ‘aan te koppelen’. Door thuis in de thuistaal te praten over school leert je kind dus sneller de Nederlandse taal. Op fers.nl vind je taalkaarten waarin in verschillende talen aan ouders wordt uitgelegd hoe zij hun kind kunnen helpen door thuis over school te praten.
Het omzetten van thuistaal naar Nederlands kost lestijd. En het goed leren spreken van twee talen kost ook tijd. Dit lijkt op de uitspraak: ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder.’ Het meertalig opgroeien is goed voor je taalontwikkeling, laat ook het ijsbergmodel van Cummins zien. En dit is niet alleen zo voor het meertalige kind. Ook kinderen die op school en thuis alleen Nederlands spreken leren meer als er in de klas aandacht is voor verschillende thuistalen. Kinderen worden zich bewust van de verschillende taalsystemen, beschouwen het Nederlandse taalsysteem, ervaren de diversiteit in de wereld (burgerschap!) en leven toe naar de internationale wereld.
Datzelfde ervaar ik als taalmaatje. Al 10 jaar help ik vluchtelingen bij het leren van de Nederlandse taal. Door met elkaar te praten over bijvoorbeeld de zinsvolgorde, spreekwoorden of bepaalde klanken word ik me steeds bewuster van hoe onze taal in elkaar zit, welke gekke uitzonderingen er zijn. Maar ook leer ik dat sommige spreekwoorden in het Arabisch of Turks precies hetzelfde zijn! Ook zijn er typische spreekwoorden die wij in het Nederlands niet hebben, maar wel goed zouden kunnen gebruiken.
Door kennis te maken met meerdere talen gaat je blik open en krijg je oog voor elkaar en de wereld om je heen. Het kennismaken met meerdere talen is een van de doelen uit de definitieve conceptkerndoelen Nederlands. Maar belangrijkste is: door de thuistaal op school te benutten erken je de identiteit van het kind en leg je de basis voor ontwikkeling.
